Talenten

Aanvoelen

Goed weten wat anderen denken of willen.

Financieren

Goed met geld kunnen omgaan.

Bemiddelen

Mensen, of groepen mensen helpen het eens te worden over iets.

Spreken

Gemakkelijk voor een groep mensen durven praten.

Samenwerken

Makkelijk met andere mensen met een opdracht bezig zijn. Zonder veel ruzie.

Evalueren

Terugkijken hoe iets gegaan is en bedenken hoe het beter kan.

Verwoorden

De goede woorden gebruiken om iets uit te leggen of te vertellen.

Uitbeelden

Iets dat niet echt bestaat toch laten zien.

Motiveren

Iemand enthousiast maken om iets te gaan doen.

Helpen

Graag iets doen waar andere mensen beter van worden.

Vormgeven

Een idee in je hoofd of op papier ook echt maken. Zo dat het het er mooi uitziet.

Communiceren

Informatie delen en zorgen dat iedereen elkaar begrijpt.

Controleren

In de gaten houden of alles goed verloopt.

Verzorgen

Weten wat mensen of dieren nodig hebben en ervoor zorgen dat ze dat krijgen

Inspireren

Andere mensen een goed idee of gevoel geven.

Ordenen

Iets in de goede volgorde zetten of in groepjes indelen.

Uitleggen

Dingen zo vertellen dat anderen het gemakkelijk begrijpen.

Beslissen

Snel de goede keuze maken.

Signaleren

Iets ontdekken en zorgen dat andere mensen dat ook te weten komen.

Onderhandelen

Samen met iemand die iets anders wil iets afspreken wat voor allebei aanvaardbaar is.

Schrijven

Een verhaal, gedicht of verslag op papier of in de computer zetten.

Riskeren

Helemaal niet bang zijn om een plan te laten mislukken.

Ruimtelijk inzicht

Je goed kunnen voorstellen hoe iets op een tekening er in het echt uitziet.

Doorzetten

Toch doorgaan, ook al gaat het niet gemakkelijk.

Luisteren

Goed luisteren naar anderen, zonder er doorheen te praten.

Regelen

Bedenken wat er gedaan moet worden en het dan ook in orde maken.

Overtuigen

Goed overbrengen waarom je denkt dat iets kan of moet.

Onderhouden

Voor iets zorgen, zodat het langer meegaat.

Experimenteren

Graag nieuwe dingen uit proberen

Initiatief nemen

Vaak de eerste zijn die ergens aan begint.

Rekenen

Goed kunnen werken met sommen, grafieken, figuren en raadsels.

Aanpassen

Gemakkelijk meedoen of meedenken met andere mensen of ideeën.

Analyseren

Nauwkeurig bekijken hoe iets werkt of hoe iets gebeurd is.

Ontwerpen

Een nieuw gebouw, apparaat of voorwerp bedenken en vormgeven.

Hygiënisch werken

Handen, kleding, spullen en de ruimte goed schoonhouden.

(Technisch) tekenen

Een werktekening maken waar maten en materialen op staan.

Improviseren

Snel een nieuw plan of een nieuwe actie bedenken als je een eerder plan niet lukt.

Nauwkeurig werken

Netjes en precies werken. Niets over het hoofd zien of vergeten.

Voorspellen

Bedenken wat het antwoord op een vraag is. Of weten wat er gaat gebeuren.

Repareren

Makkelijk iets herstellen dat kapot is.

Onderzoeken

Nieuwsgierig zijn naar hoe iets kan ontstaan of gebeuren.

Beïnvloeden

Zorgen dat iemand iets anders gaat doen dan hij of zij van plan was.

Uitvinden

Iets ontdekken dat nog niet eerder bedacht is